Reizen met je kind(eren) is fantastisch. Er zijn mensen die zich daar zorgen om maken. Ze vragen zich af hoe dat dan moet met onderwijs en sociale ontwikkeling. Ik weet zeker dat als mensen Tess een tijdje op reis mee maken, dat ze zich daar geen enkele zorg meer om maken.

Spelen in alle talen

Tess heeft nog nooit problemen gehad met contact maken. Sterker nog, ik heb haar noodgedwongen 2 dagen in de week naar een kinderopvang gedaan, om haar enthousiasme iets te temperen. Ze liep als een ongeleide projectiel op andere kinderen af en begon gelijk te spelen. Daar schrokken de meesten van en renden weg. De antroposofische kinderopvang deed wonderen. Ze leerde hoe ze het beste andere kinderen kon benaderen en leerde er ook delen en rekening houden met anderen.

Tess haar benaderingsmethode is sindsdien aanzienlijk veranderd. Als ze andere kinderen ontmoet, vraagt ze eerst in de taal van het land waar we zijn of ze willen spelen. Als er geen antwoord komt, probeert ze andere talen, net zo lang totdat ze een antwoord heeft. Soms zijn de kinderen gewoon verlegen en komt er helemaal geen antwoord. Voor de zekerheid checkt ze dan nog even met mij in welke taal ze moet spreken. Gelukkig voor haar, ontstaat er meestal een leuk spel en een gesprek met een beetje van alles en heel veel gebaren.

Grappig genoeg verstaat ze wel heel veel en ze komt dan ook regelmatig thuis met nieuwe woorden uit verschillende talen.

Taalles op de fiets

Als we samen boodschappen gaan doen, dan doen we dat meestal op de fiets. Je kunt er tegenwoordig je klok op gelijk zetten, dat ze ons vraagt om woorden. Mama, wat is zee in het Spaans? En wat is strand? En zo gaat dat dan de hele rit door. Als wij woorden niet weten, dan zoekt Ted ze op met Google translate. Ja, dat doet hij op de fiets. Ted kan wel fietsen en tegelijkertijd iets anders doen. En zo krijgt Tess regelmatig taalles op de fiets en wij ook, want wij leren zo ook steeds nieuwe woorden bij. Hoe handig is dat?

Zelfstandig boodschappen doen

Tess heeft er lol in om al die andere talen te leren. Steeds vaker wil ze zelf boodschappen doen en op de laatste camperplaats waar we stonden, kon dat heel goed. Daar was in het midden van de camperplaats een klein winkeltje. Regelmatig liep ze erheen voor een boodschap. “Heb  you ook apple juich”, hoorde ik dan of “Hola, una croissant please”. En ze kwam altijd terug met dat wat ze wilde kopen plus een snoepje, wat dan weer verklaarde waarom ze zo graag boodschappen ging doen. De medewerkers op de camperplaat begrepen haar heel goed, welke constructie ze ook bedacht.

Ook in andere winkels vind ze het leuk om zelf af te rekenen en te kijken hoe ver ze komt met de woorden die ze geleerd heeft. Zo stuurde ze ons weg toen we een zwembroekje voor haar hadden gevonden. We moesten buiten bij de deur wachten, terwijl zij de zwembroek ging afrekenen. Vol trots kwam ze met de zwembroek en het wisselgeld naar buiten. “Kijk, ik kan dat heel goed hoor!”, zei ze. “En die mevrouw wenste me er veel plezier mee, in het Spaans hoor! Ik vind taal helemaal niet moeilijk”. Ze glunderde erbij. Op zulke momenten smelten we.

Kinderen zijn heilig

Spanjaarden zijn doorgaans gek op kinderen en zijn altijd bereid om ze te helpen. Van gesprekken maken ze een spelletje, waardoor ze snel dingen leren. Tess geniet daarvan . In Italië zijn de mensen ook zo. In deze landen zijn kinderen heilig en worden ze op handen gedragen. In Nederland zijn we snel bang dat kinderen verwend worden en toch als ik naar de Italianen en Spanjaarden kijk, zijn het liefdevolle mensen die alles behalve verwend overkomen. Dus misschien is het wel een heel goed idee om kinderen op handen te dragen.

Waar we wel aan moeten wennen zijn de tijden hier in Spanje. Kinderen zijn hier gerust om middernacht nog wakker. Als je uiteten wilt, kun je doorgaans pas een tafel vinden om 20 uur.  De Spanjaarden zelf, eten vaak pas om 22 uur of later. Hun dagen beginnen ook later, maar toch worden kinderen rond 9 uur al op school verwacht. Tess houdt overigens van de Spaanse tijden, maar alleen als ze dan ook lekker kan uitslapen. Ik vraag me daarom wel eens af of de Spaanse kinderen wel genoeg slaap krijgen.

Castillo de arena

Gisteren ontdekte Tess een familie die muziek aan het maken was in het bos. Ze stond ernaar te kijken en werd onmiddellijk betrokken. De familie nodigde haar uit om mee te doen en dat liet ze zich geen twee keer zeggen. Vrolijk trommelde ze mee.

Vanuit de camper hoorde ik haar een uur later afscheid nemen. “Where are you from”, vroeg ze nog. “Italy”, was het antwoord. “Oh we were there ook”, antwoordde ze. “I speak Italian, Grazi arrivederci”, klok het. Enthousiast kwam er een arrivederci terug. “Ciao, ciao”, klonk het nog en toen kwam ze terug in de camper.

“Heb je me horen trommelen mama?”, vroeg ze. “Jazeker schat, het was prachtig. Dank je wel voor de mooie muziek”, antwoordde ik.
“Ik vind het leuk hier mam, zullen we morgen een zandkasteel bouwen?”
“Dat is goed lieverd.”
“Wat is zandkasteel in het Spaans mam?”
“Castillo de arena.”
“OK, dan wil ik morgen een Castillo de arena bouwen……”

Vind je onze blog leuk? Deel en volg ons