Select Page

Het is bijna 9 uur in de avond en ik plof neer op de bank in de camper. Nadat ik Tess op bed heb gelegd, heb ik de camper weer zandvrij gemaakt en de rommel van de dag opgeruimd. Het is even genoeg geweest. Ik schenk het laatste restje rosé uit de fles en besluit dat de rest van de avond voor mij is.

Op de achtergrond klinkt zware rockmuziek waarmee de eerste surfdag voor de Defi deelnemers wordt afgerond. De presentator van het evenement noemt het een geslaagde dag met perfecte omstandigheden. De deelnemers waar ik mee heb gesproken, hebben iets anders ervaren. De wind was hard vandaag en er waren vlagen. Het contrast tussen de wind en de vlagen was enorm, waardoor menig deelnemer gekatapulteerd werd. Zo ook mijn lieftallige echtgenoot, die moeite had om  voorbij de haven te komen.

En toen hij terugkwam was hij boos en verdrietig omdat hij niet kon voldoen aan de hoge eisen die hij zichzelf had opgelegd. Ik voelde met hem mee en tegelijkertijd vroeg ik me af met welke reden hij met deze immense wedstrijd mee deed. Voor mij is het net zoiets als dat ik me als snowboarder zou opgeven voor de Olympische winterspelen. Ik vind dat je lef hebt als je je als recreatief surfer opgeeft voor Defi. En toen ik ze vandaag stuk voor stuk weer van het water zag komen, vroeg ik me af wat deze mensen drijft om dit te doen. Wat willen ze ervaren en/of wat willen ze (aan zichzelf) bewijzen?

Dat eisen stellen aan jezelf herken ik. Hoewel ik een stuk minder perfectionistisch ben dan vroeger, stel ik nog steeds best hoge eisen aan mezelf. Eisen die ik nooit aan anderen zou stellen, omdat ze eigenlijk belachelijk zijn. En zo begon ook mijn dag vandaag met een wirwar aan emoties. Nog steeds loop ik op een soort tijdschema, wat helemaal niet meer bestaat. Als ik ergens rustig een bakje koffie ga drinken, dan kijk ik op de klok alsof ik nog iets moet doen. En als ik naar de lokale markt ga omdat ik dat leuk vind, verantwoord ik dat voor mezelf door er eten te halen voor het gezin, want mijn tijdsbesteding moet vooral nuttig zijn.

“Ben je al geland?” , vroeg Marion me vandaag toen we eindelijk even toe kwamen aan een gesprekje samen. Ik vroeg haar wat ze bedoelde en toen vertelde ze me dat het best even kan duren voordat je uit je strakke maatschappelijke ritme komt. Dat het soms wel maanden kan duren voordat je loslaat en bij jezelf komt. En ik ben haar zo dankbaar voor deze vraag, want ik begon mezelf echt af te vragen of er iets mis met me is. De laatste dagen voel ik me helemaal niet happy. Er komen allerlei emoties vrij, die ik niet eerder zo intens heb ervaren. Ik ben iets leuks aan het doen en dus mag ik niet klagen, klinkt een klein stemmetje in mijn hoofd. Als je depressief wordt van reizen, moet je maar gauw terug komen, hoor ik mijn lezers denken. En die ene vraag van Marion doet me beseffen dat deze reis precies is wat we nodig hebben. Want als je geen spullen meer hebt om voor te zorgen. Als je geen druk eigen bedrijf meer hebt waar je je kop bij moet houden, dan ga je weer voelen. Dan begrijp je ineens wat je al die tijd aan het doen was. Al die emoties die je jarenlang hebt onderdrukt, komen dan gewoon gezellig boven drijven, of je daar nu wel of geen zin in hebt. En hoewel ik er dus inderdaad helemaal geen zin in heb, laat ik ze wel toe, want alleen door te voelen kan ik ontdekken wie ik werkelijk ben en wat het is dat me drijft in het leven.

En nu begrijp ik dat het niet uitmaakt of je een reis met een camper gaat maken of dat je een surfwedstrijd gaat varen: uiteindelijk zijn we allemaal op zoek naar wat onszelf en datgene dat ons gelukkig maakt.

Anderen bekeken ook:

Vind je onze blog leuk? Deel en volg ons